cyberbullyingHet College van procureurs-generaal, dat bevoegd is voor de uitwerking en de coƶrdinatie van het strafrechtelijk beleid, maakt van het bestrijden van cyberhaat een prioriteit. Dat blijkt uit een omzendbrief rond het opsporings- en vervolgingsbeleid van discriminatie en haatmisdrijven. “Er zal bijzondere aandacht uitgaan naar de criminaliteit die op het internet en de sociale netwerken wordt gepleegd”, zo schrijft de omzendbrief voor.

Het gaat om een gemeenschappelijke omzendbrief van de minister van Justitie, de minister van Binnenlandse Zaken en het College van procureurs-generaal, die op 17 juni in werking trad. De nieuwe richtlijnen kwamen er om het opsporings- en vervolgingsbeleid voor de in de antidiscriminatie-, gender- en antiracismewetten bedoelde misdrijven te uniformiseren.

“Het blijkt dat de wetgeving inzake discriminatie en haatmisdrijven in de praktijk niet altijd duidelijk is en niet altijd correct wordt toegepast”, stelt de omzendbrief vast. Ook de samenwerking tussen het openbaar ministerie, de politie en de sociale inspectiediensten is volgens het College voor verbetering vatbaar.

Doelstellingen en prioriteiten
De omzendbrief legt de doelstellingen en prioriteiten duidelijk vast. Zo wil het openbaar ministerie “feiten van discriminatie en haatmisdrijven efficiĆ«nter identificeren en registreren; de parketmagistraten, het arbeidsauditoraat, de politie en de bevoegde sociale inspectiediensten voor de problematiek en de bestaande wetgeving sensibiliseren; (..) bijzondere aandacht schenken aan de opsporing van misdrijven die via het internet gepleegd zijn, en specifieke samenwerkingen uitwerken.”

Zowel bij de parketten en arbeidsauditoraten als bij de federale en lokale politie komen er “referentiemagistraten of “referentieambtenaren” die belast zijn met feiten van discriminatie en haatmisdrijven. “De politie stelt een proces-verbaal op en stuurt het naar de procureur des Konings of de arbeidsauditeur bij elke aanwijzing of vaststelling van feiten van discriminatie en haatmisdrijven, ook al meent ze dat er geen misdrijf is. Het is aan de procureur des Konings of de arbeidsauditeur om uit te maken of er al dan niet sprake is van een misdrijf”, stelt de omzendbrief. De politie wordt ook gevraagd om “de nodige aandacht (te) besteden aan elke klacht en ze niet (te) banaliseren.”

Procedures
De omzendbrief legt ook procedures vast bij het ontdekken van misdrijven op het internet. “Het begrip ‘cyberhaat’ heeft betrekking op haatdragende uitdrukkingen (stalking, pesterijen, beledigingen, discriminerende uitlatingen) op het internet tegen personen omwille van hun huidskleur, hun zogenaamd ras, hun herkomst, hun geslacht, hun seksuele geaardheid, hun filosofische of religieuze overtuigingen, hun handicap, hun ziekte, hun leeftijd”, zegt de omzendbrief.

Het openbaar ministerie geeft gedetailleerde instructies rond de aanpak van strafbare uitingen op binnenlandse en buitenlandse sites, discussiefora en op sociale netwerken. “De nodige aandacht moet op het vlak van cyberhaat bovendien uitgaan naar het arrest van het Hof van Cassatie van 06.03.2012 volgens hetwelk een persmisdrijf via het internet kan worden gepleegd. (..) Dit betekent evenwel dat bijvoorbeeld een persmisdrijf dat door homofobie is ingegeven, tot de bevoegdheid van het Hof van Assisen behoort. (..) Er zal worden van uitgegaan dat er sprake is van een persmisdrijf telkens er een strafbare mening op het internet wordt geuit in een vorm die gelijkgesteld kan worden aan een schriftelijk medium, met andere woorden of op een site die door iedereen kan worden bezocht.”

Samenwerking
De samenwerking met het CGKR (Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding) en het IGVM (Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen) wordt ook verder vastgelegd in de omzendbrief.

BRON: HLN.BE