Hoe belangrijk mediaopvoeding ook is, soms komen ouders er niet aan toe om zich voor honderd procent te bemoeien met het mediagedrag van hun kinderen. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Hieronder noemen we een aantal structurele oorzaken die kunnen leiden tot minder mediaopvoeding door ouders.

Gebrek aan ervaring

In populaire publicaties wordt de huidige generatie kinderen en jongeren nogal eens gekarakteriseerd als zeer ervaren mediagebruikers. Ze worden aangeduid als de generatie M, Google-kids of de generatie Einstein. Al ‘multitaskend’ zouden kinderen allerlei media tegelijk kunnen gebruiken en begrijpen. Met gemak zouden zij hun ouders voorbij surfen. Dat laatste valt in de praktijk vaak wel mee, maar in het algemeen hebben ouders ten opzichte van hun kinderen wel minder ervaring met moderne media als mobieltjes, games en sommige computertoepassingen. Soms denken ouders dat ze te weinig van bepaalde media of programma’s afweten om er met hun kinderen over te kunnen praten. In moderne tekenfilms of online games zijn de verhaallijnen bijvoorbeeld tamelijk gecompliceerd. De meeste ouders hebben bovendien niet altijd tijd en zin om zich te verdiepen in alle tv-programma’s of films die hun kinderen zien of de websites die ze bezoeken. Daardoor is het voor hen minder vanzelfsprekend om alle mogelijkheden van moderne media te herkennen en kan het lastig zijn om hun kinderen bij het gebruik van die media te begeleiden.

Weinig bezorgdheid

De mate waarin ouders zich bemoeien met het mediagebruik van hun kinderen hangt samen met de ideeĆ«n die ouders hebben over de media. Er zijn ouders die zich weinig zorgen maken over negatieve effecten van de media op hun kinderen. Uit onderzoek naar de mediaopvoeding bij televisiekijken, gamen en internetten blijkt dat ‘onbezorgde’ ouders hun kinderen minder begeleiden bij het mediagebruik. Zij verbieden minder vaak bepaalde games of sites en nemen ook minder voorzorgsmaatregelen. Daarnaast komen onbezorgde ouders er ook minder vaak aan toe om met hun kinderen over tv-programma’s en games te praten, te wijzen op goede of slechte informatie en uitleg te geven over de media.

Ouderlijke voorkeur

Daarnaast zijn er ouders die de positieve uitwerking van de media op kinderen onderschatten. Zij neigen er in het algemeen toe om minder vaak samen met hun kinderen te kijken of te gamen. De ideeĆ«n die ouders hebben over de media worden ook gevormd door hun eigen voorkeur voor mediaproducten. Ouders die weinig interesse hebben in informatieve televisieprogramma’s en literaire boeken stimuleren hun kinderen ook niet vaak om te gaan lezen of om kritisch televisie te kijken.

Opleidingsniveau

Opvattingen over positieve en negatieve effecten van de media op kinderen hangen vaak samen met het opleidingsniveau van de ouders. Hogeropgeleide ouders zijn doorgaans meer bezorgd over hun kinderen. Ouders die een minder hoge opleiding hebben genoten zeggen hun kinderen minder vaak te begeleiden bij het mediagebruik dan dat hogeropgeleide ouders dat doen. Hogeropgeleide ouders letten wat vaker op welke tv-programma’s hun kinderen mogen zien. Zij praten ook vaker met hun kinderen over wat er goed of slecht is aan bepaalde programma’s. Alleen bij games zijn lageropgeleide ouders meer geneigd om die media met hun kinderen te bespreken of om samen te spelen. Daarnaast zijn er verschillen tussen vaders en moeders. Vaders bemoeien zich in het algemeen minder met de mediaopvoeding dan moeders. Dit geldt overigens ook voor het stimuleren van lezen; moeders doen dat meer dan vaders.

Buiten het zicht

Soms is er in gezinnen weinig mediaopvoeding doordat de kinderen de media vooral buiten het zicht van hun ouders gebruiken. Dit komt steeds vaker voor, omdat veel kinderen al op jonge leeftijd een eigen televisie of computer op hun slaapkamer hebben. Ook kunnen ze bij hun vriendjes gamen, internetten en tv-kijken. Dat gebeurt vaker naarmate kinderen ouder worden. Met het voortschrijden van de techniek worden de media ook steeds individueler. Met moderne mobieltjes kunnen kinderen naar de radio luisteren en videobeelden bekijken. Spelconsoles bieden kinderen de mogelijkheid om via internet films op te halen en informatie uit te wisselen met hun vrienden. Ook dat kan tegenwoordig overal.

Gezinskenmerken

Een laatste factor die een rol speelt bij de mate waarin ouders hun kinderen begeleiden bij hun mediagebruik is het gezin. Kinderen die een wat minder goed contact hebben met hun ouders lopen extra risico om door de media beĆÆnvloed te worden. Zij worden minder begeleid door hun ouders en kiezen meer zelfstandig voor tv-programma’s, films, websites en games. Verder worden kinderen minder actief begeleid bij het tv-kijken en minder gestimuleerd tot lezen als zij in gescheiden gezinnen opgroeien of als zij meer broertjes of zusjes hebben. Waarschijnlijk speelt tijd hierbij een belangrijke rol. Ouders die er alleen voor staan hebben minder tijd om zowel hun kinderen op te voeden als het huishouden draaiende te houden. En wanneer er meer kinderen opgroeien in een gezin moeten de ouders hun aandacht verdelen.

Hulp nodig?

Indien u vragen heeft overĀ mediaopvoeding Ā bij u thuis, kan u gebruik maken van ons contact formulier.
Om een idee te krijgen wat u zoal zelf kunt doen adviseren wij u het volgend artikel: Ā Wat is mediaopvoeding?Ā  (Ā© 2010-2012 Mijn Kind Online)

 

Idee & Bronnen

  • Duimel, M. en J. de Haan . ‘Nieuwe links in het gezin: de digitale leefwereld van tieners en de rol van hun ouders’. Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Nikken, P., J. Jansz en S. Schouwstra. ‘Parents’ interest in videogame ratings and content descriptors in relation to game mediation’, in: ‘European Journal of Communication’ 3, p.5-336.
  • Notten, N. en G. Kraaykamp. ‘Parents and the media: A study of social differentiation in parental media socialization’, in: ‘Poetics’ 37, p.185-200.