cp1

Leerlingen maken gebruik van internet of computers om andere leerlingen lastig te vallen, te bedreigen of te beledigen.
Ruim de helft van de jongeren die getuigen zijn van cyberpesten doet niets om het slachtoffer te helpen.
Een op vijf komt niet tussenbeide uit schrik om zelf gepest te worden.
Dat blijkt uit een grootschalige studie van de Universiteit Antwerpen.

De meest gebruikte kanalen

  1. sociale netwerksites (59%)
  2. sms (52%)
  3. MSN (43%)
  4. e-mail (29%)

De meest voorkomende vormen

  • Beledigen of bedreigen via sociale netwerksites
  • Misleiden door zich voor te doen als iemand anders
  • Verspreiden van roddels
  • Het paswoord veranderen van andermans inbox
  • Opzettelijk doorsturen van virussen

Jongens vs. Meisjes

Meisjes (14%) zijn vaker slachtoffer dan jongens (8%). Jongens zijn op hun beurt vaker dader. 12% van de jongens geeft toe dat ze iemand gepest hebben via internet of gsm. Een klein verschil met de meisjes (10%).

De school

De Vlaamse basisscholen ontsnappen niet aan de nieuwe vorm van pesten:

  • De leeftijd van slachtoffers piekt rond de leeftijd van 11 tot 13 jaar
  • 58% van de leraren weet dat hun leerlingen betrokken zijn bij cyberpesten
  • 55% van de leerkrachten identificeert cyberpesten als een probleem

Er is een sterk verband tussen cyberpesten en het pesten op de speelplaats. Vaak gaat het pesten op de speelplaats overdag, ‘s avonds gewoon door via de computer of gsm. Toch zijn er ook een aantal verschillen tussen ‘klassiek’ pesten en cyberpesten.

  • Het cyberpesten is veel directer, veel persoonlijker en een aanval op de private levenssfeer.
    Kinderen en jongeren nemen het pesten mee in hun bed en zijn er niet van verlost als zij ‘s avonds thuis voor de computer zitten.
  • Kinderen hebben vaak het gevoel dat de hele wereld toekijkt hoe zij gepest en belachelijk gemaakt worden.
  • Ouders en leraren zijn meestal laat of niet op de hoogte dat er een probleem is, juist omdat het via internet en gsm verloopt.

cp2

 

Het slachtoffer en de dader gaan vaak naar dezelfde school. 47,6% van de leerlingen die werd gepest, kent de dader van de speelplaats.
Slechts 18,4% van de scholen heeft een duidelijk beleid rond cyberpesten.

Er is een duidelijk verband tussen het schoolklimaat en cyberpesten.
Hoe meer de leerlingen verbonden zijn met de school, hoe minder cyberpesten voorkomt.
Een positief schoolklimaat kan dus bijdragen tot het stoppen van (cyber)pesten.

Zorg dat pesten bespreekbaar wordt op school, thuis, … overal!

Bron: klasse.be